Laatste nieuws na Prinsjesdag 2018

Hier praten we je in vogelvlucht bij over de belangrijkste wijzigingen die bekend zijn geworden op Prinsjesdag 2018.

- Dividendbelasting -

De meest besproken maatregel is de afschaffing van de dividendbelasting per 1 januari 2020. Met de afschaffing van de dividendbelasting is voorgesteld een bronheffing in te voeren over dividend-, royalty- en rentebetalingen. Dit geldt alleen als de ontvangende vennootschap gevestigd is in een land met een laag belasting tarief. Voorgesteld is om het tarief van de bronheffing gelijk te trekken met het tarief van de vennootschapsbelasting, 23,9% in 2020 en 22,25% in 2021. Let op, door de afschaffing van de dividendbelasting kan de DGA niet belastingvrij geld opnemen uit de B.V. waarvan hij in privé 5% of meer van de aandelen bezit. Bij uitkering aan de DGA blijft inkomstenbelasting verschuldigd in BOX 2. Zie het kopje verhoging tarief box 2 van deze nieuwsbrief.

- Tarief vennootschapbelasting -

Het kabinet heeft besloten het tarief van de vennootschapsbelasting te verlagen. Het tarief wordt in drie jaarlijkse stappen verlaagd. In 2019 wordt het belastbare bedrag in de eerste schijf tot € 200.000 belast tegen een tarief van 19% en de tweede schijf, vanaf € 200.000 tegen het tarief van 24,3%. Met ingang van 2020 zullen de tarieven 17,5% respectievelijk 23,9% zijn. In 2021 zullen de tarieven 16% respectievelijk 22,25% zijn.

- Verhoging tarief box 2 -

De inkomstenbelasting voor inkomsten uit aanmerkelijk belang aandelen in box 2 zal stijgen, maar minder hard dan van te voren voorspeld. De tarieven in box 2 worden: 2019 25,0% 2020 26,25% 2021 26,9%

- Afschrijving gebouwen -

B.V.’s mogen vanaf 1 januari 2019 nog slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik van 100 % van de WOZ-waarde (‘de bodemwaarde’; dit was 50 % van de WOZ-waarde). Afschrijven op gebouwen wordt hiermee drastisch ingeperkt. De maatregel zorgt er wel voor dat het verschil tussen een toekomstige verkoopwaarde en de boekwaarde kleiner is, waardoor de belastbare winst lager is. Het blijft toegestaan om een bedrijfspand lager te waarderen als de marktwaarde lager is dan de WOZ-waarde. - Verliesverrekening - De voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt van negen tot zes jaar vanaf 1 januari 2019. Verliezen die ontstaan in 2019 of latere jaren kunnen alleen nog verrekend worden met positieve resultaten van de zes opvolgende jaren. Een verlies ontstaan in 2018 is uiterlijk verrekenbaar tot en met 2027. De verrekening van verliezen geschiedt in de volgorde waarin de verliezen zijn ontstaan.

- Verhoging lage btw tarief -

Het lage tarief in de BTW gaat per 1 januari 2019 van 6% naar 9%, voor onder meer voedingsmiddelen, geneesmiddelen, recreatie/sport en het schilderen van woningen ouder dan 2 jaar.

- Omzet gerelateerde vrijstelling -

Vanaf 1 januari 2020 wordt de kleine ondernemersregeling (KOR) vervangen door een nieuwe omzetgerelateerde vrijstelling met een omzetgrens van € 20.000. Het gaat om de gehele omzet die een in Nederland gevestigde ondernemer in Nederland behaalt, ongeacht het tarief dat van toepassing is en ongeacht of de heffing is verlegd naar zijn afnemer. Een ondernemer die ervoor kiest om de nieuwe regeling toe te passen, brengt geen btw in rekening aan zijn afnemers en kan de aan hem in rekening gebrachte btw niet in aftrek brengen. In tegenstelling tot de huidige regeling, die alleen van toepassing is voor IB ondernemers, gaat de nieuwe regeling ook voor rechtspersonen gelden. Om van deze regeling gebruik te maken moet de onderneming wel aangemeld worden bij de belastingdienst.

- Nieuw tariefstelsel box 1 -

De belangrijkste verandering is de invoering van een tweeschijvenstelsel in box 1 ( inkomen uit woning en werk) van de inkomstenbelasting vanaf 2021. Het basistarief voor inkomsten tot € 68.507 komt hiermee op 37,05% en een toptarief van 49,5%, bijna 2,5% lager dan het huidige toptarief. De huidige tarieven van 36,55%, 40,85% en 51,95% worden in 2019 verlaagd naar 36,65%, 38,10% en 51,75%. AOW-gerechtigden krijgen in het nieuwe stelsel net als nu vanaf 2021 ook aangepaste tarieven, namelijk 19,15%, 37,05% en 49,5%.

- Kortere looptijd 30% regeling -

Per 1 januari 2019 zal de looptijd van de 30%-regeling voor buitenlandse werknemers worden verkort van acht tot vijf jaar. Deze nieuwe termijn geldt ook voor werknemers die al gebruikmaken van de 30%-regeling. Alle huidige beschikkingen die geldig zijn tot en met 1 januari 2022, vervallen per 1 januari 2019.

- Fiets van de zaak -

Met ingang van 1 januari 2020 komt er een nieuwe regeling voor de fiets van de zaak. Deze moet het aantrekkelijker maken om een (elektrische) fiets aan werknemers ter beschikking te stellen. Door middel van een bijtelling van 7% (op de door de fabrikant vastgestelde adviesprijs) in te voeren.

- Rekening-courant maatregel -

Als de totale schuld aan de eigen vennootschap meer dan € 500.000 bedraagt, dan wordt het meerdere belast in BOX 2 als inkomen uit aanmerkelijk belang. Bij de totale schuld worden alle schuldposities meegenomen (de leningen, hypotheek voor de eigen woning, rekening-courant verhouding, etc.). Voor bestaande eigenwoningschulden wordt wel een overgangsmaatregel getroffen, zodat deze niet direct belast worden. Vooralsnog is de verwachting dat deze maatregel vanaf 1 januari 2022 ingaat. Dit biedt nog de mogelijkheid om ervoor te zorgen dat voor 1 januari 2022 de schuldpositie zoveel als mogelijk wordt teruggedrongen.

Door Nickey Hogenboom op 20/09/2018

Overige nieuwsartikelen